Hier vindt je de uitleg van een stimulator
Het implanteren van het itrel 3-systeem bestaat uit vier basis stappen en wordt gewoonlijk in een of twee operaties uigevoerd. De vier stappen zijn:plaatsing geleidingsdraad,proefstimulatie,implantatie neurostimulator ,programmering neurostimulator. Voor het plaatsen van de geleidingsdraad wordt u doorgaans plaatselijk verdoofd. De arts vraagt uw hulp om te bepalen of degeleidigsdraad zich op de correcte plek bevindt. Als u tintelingen voelt in het gebied van de pijn,weet u dat de geleidingsdraad correct is geplaatst. Dit is wat u voelt in plaats van pijn op het moment dat het itrel 3-systeem de pijn blokkeert.

De nieuwste stimulator en afstand bediening voor de patiënt

Een externeproefstimulator zorgt tijdens het plaatsen van geleidingsdraad voor de energie zodat de stimulatie kan worden getest. Indiende arts ervoor kiest het systeem in een operatie te plaatsen ,wordt de neurostimulator geïmplanteerd na een succes volle plaatsing van de geleidingsdraad. Als de procedure in twee operaties wordt uitgevoerd,zal er gedurende een aantal dagen een proefstimulatie plaats vinden. Uw arts bepaalt met behulp van de teststimulator wat de meest comfortabele en effectieve instellingen zijn voor u .De neurostimulator wordt geïmplanteerd terwijl u onder plaatselijke of algehele verdoving bent. Dit gebeurt na de proefstimulatieperiode of, zoals eerder uitgelegd,onmiddellijk nadat de geleidingsdraad is geplaatst.

De arts maakt een incisie in de huid,meest al in de buik. De neurostimulator wordt onder de huid geplaatst. De geleidingsdraad wordt vervolgens via de verlengkabel aangesloten op de neurostimulator. Uw arts plaatst de neurostimulator in een gebied dat voor u het meest comfortabel en cosmetisch aanvaard baar is. Na de implantatie zal de arts met het artsen programmeerapparaat de neurostimulator programmeren en de therapie-instellingen op uw behoeften afstemmen. Uw arts kan ook een softstart /stop-stimulatie programmeren.In de funtie softstart neemt de amplitudegeleidelijk toe vanaf nul(0) naar de geprogrammeerde amplitude als de neurostimulator wordt aangezet. Zodra u de neurostimulator uitzet,neemt de amplitude met softstop geleidelijk af naar nul (0) tot het apparaat is uitgeschakeld. Herstellen van de ingreep Het duurt een paar weken voordat u van de ingreep bent hersteld. De plaats (en) waar tijdens de ingreep de incisies zijn gemaakt,kunnen gevoelig zijn. Nog 2 tot 6 weken na de ingreep kan de plaats waar de neurostimulator is geïmplanteerd,pijnlijk zijn. Dit is normaal .Naast implantatie van een stimulatiesysteem kan uw arts lichamelijke therapie en / medicijnen voor schrijven die helpende pijn te onder drukken .Volg altijd de instructies van uw arts bij de voorgeschreven therapie / therapieën

ACTIVITEITEN
Volg de instructies van uw arts tijdens de herstel periode die tot circa 6 weken na de ingreep duurt .Over het algemeen genomen,moeten inspannen de activiteiten worden vermeden of activiteiten waarbij u uw lichaam moet buigen,uittrekken of draaien .Dit kan namelijk gevolgen hebben voor de positie van de geleidingsdraad,waardoor de stimulatie verandert .Voorkom dat de geleidingsdraad beweegt en vermijd daarom tijdens de herstel periode de volgende activiteiten:.Op uw buik liggen,boven het hoofd reiken,van de ene zij op de andere gaan liggen,voorover,achterover of zijwaarts buigen,een voorwerp dat zwaarder is dan 2,5 kilo optillen .Naarmate u begint op te knappen en na overleg met u arts ,kunt u uw dagelijkse activiteiten hervaten, zoals:baden of douchen,seksuele activiteiten,naar werk gaan of thuis werken,met hobby's of ontspannende activiteiten bezig zijn zoals wandelen,tuinieren,fietsen of zwemmen,reizen .Overleg met uw arts voor dat u inspannende activiteiten gaat verrichten om mogelijke schade aan het systeem te voorkomen .Let op:door het hervatten van dagelijkse bezigheden moet u zich beter gaan voelen,niet slechte .Omdat uw pijn nu beter wordt onderdrukt,kan het zijn dat u activiteiten wilt gaan verrichten waartoe u voor de ingreep niet in staat was. Bespreek uw voornemen eerst met uw arts.

STIMULATIE
Bij stimulatie worden kleine elektrische pulsen aan het ruggenmerg afgegeven. Het pijnsignaal dat onderweg is naar de hersenen,wordt hier door geblokkeerd. Als de pijnsignalen de hersenen niet kunnen bereiken,"voelen" deze dus ook geen pijn. Opmerking: Door stimulatie zult u niet van uw pijn genezen. Ook zullen de signalen afkomstig van pijnscheuten als gevolg van recent letsel niet worden geblokkeerd Een standaard stimulatiesysteem bestaat uit drie geïmplanteerde onderdelen:een neurostimulator, een geleidingsdraad en een verlengkabel. De neurostimulator is de energiebron van het systeem. Het bevat een speciale batterij en elektronica die de stimulatie regelt. Opmerking:de batterij in de neurostimulator zal na verloop van tijd leeg raken. De neurostimulator moet dan operatief worden vervangen. Geleidingsdraad:De geleidingsdraad is een dunne draad met een beschermende laag. Bij de tip heeft de geleidingsdraad kleine metalen elektroden. De geleidingsdraad wordt operatief geplaatst met de metalen elektroden bij het ruggenmerg. De elektroden geven kleine elektrische pulsen af aan het gebied waarde pijnsignalen zullen worden geblokkeerd. De verleng kabel is een dunne draad met een beschermende laag die onder de huid wordt geplaatst. De verleng kabel wordt met het ene uitende op de neurostimulator en met het andere uiteinde op de geleidingsdraad aangesloten. Na de ingreep geeft uw arts met behulp van een kleine computer(het artsenprogrammeerapparaat) stimulatie-instructies door aan de bij u geïmplanteerde neurostimulatie. Met deze instructies wordt de stimulatie die u voelt,ingesteld. De instructies worden in de neurostimulator opgeslagen. Uw arts kan de instructies eventueel met behulp van het artsen programmeer apparaat wijzigen. Het kan zijn dat u een patiënten programmee apparaat krijgt dat u met uw systeem kunt gebruiken. Met dit apparaat kunt u de neurostimulator aan -en uitzetten en de stimulatie op uw behoeften afstemmen. Instructies over het gebruik van het patiënten programmeer apparaat krijgt u van uw arts of verpleegkundige. Gebruik het patiënten programmeer apparaat alleen voor de bij u geïmplanteerde neurostimulator. Gebruik het program meeraparaat NIET voor andere apparatuur (zoals een pacemaker). Als u neurostimulator aan staat ,geeft deze door de verlengkabel en de geleidings draad heen via de elektroden kleine elektrischepulsen af aan het gebied waar de pijnsignalen zullen worden geblokkeerd. De meeste patiënten ervaren deze pulsen als een tintelend gevoel inde pijnstreek. Dit gevoel verschilt van patiënt tot patiënt. Bij het aan zetten van de neurostimulator nemen de tintelingen tot een bepaald niveau langzaam toe. Bij het uizetten van de neurostimulator nemen deze tintelingen langzaam af en stoppen uiteindelijk. Bij het bewegen van de ruggengraat kan een toe-of afname in stimulatie worden gevoeld. Het kan lijken of de neurostimulator aan of uit wordt gezet. Ook kan bij een plotselinge beweging of bij het vooroverbuigen een onaangename"schok" worden gevoeld. Van der gelijke plotselinge veranderingen in de stimulatie hoeft u niet te schrikken. De in de neurostimulator geprogrammeerde instructies zijn niet veranderd. Door de beweging die u maakt zijn de geleidings draad elektroden waarschijnlijk even dichter tegen of verder van het ruggenmerg komen te liggen. Hier door kan de stimulatie tijdelijk sterker of zwakker worden er varen dan de bedoeling is. Dergelijke veranderingen in de stimulatie komen het vaakst kort na ingreep voor. Als de geleidings draad tijdens het genezing proces zich steeds beter in uw ruggenmerg hecht,nemen deze veranderingen in stimulatie door gaans af.

VEEL GESTELDE VRAGEN OVER NEUROSTIMELATOR
Hoe voelt de stimulatie aan?De elektrische pulsen die door de neurostimulator aan de pijnstreek worden afgegeven,voelen meest al aan als tintelingen. Kan ik neurostimulator aan en uitzetten? Ja. U kunt de neurostimulator met behulp van het patiënten programmeer apparaat of met besturings magneet aan en uit zetten.Kan ik zelf het stimulatieniveau aanpassen?Ja.Als u beschikt over een patiënten programmeer apparaat,kunt u zelf de amplitude,plusbreedte en frequentie instellen.In welke mate is echter afhankelijk van de instructies en minimale en maximale waarden die uw arts in de neurostimulator heeft geprogrammeerd.Wat moet ik doen als het mij niet lukt de stimulator aan te zetten?U moet na het aan zetten van de neurostimulator te minste 8 seconden wachten tot dat u stimulatie voelt.Als u na deze 8 seconden nog steeds geen stimulatie voelt,houd het patiënten programmeer apparaat of de besturings magneet dan recht boven de neurostimulator en probeer deze opnieuw aan te zetten.Neem contact op met u arts als het nog steeds niet lukt om de neurostimulator aan te zetten.


Foto 1:De neurostimulator,gedeelte dat ingeplant word
Foto 2:Een electrode,die word verbonden met de neurostimulator,en word geplaats in het ruggemerg
Foto 3:operatie beeld van een elektrode
Foto 4:Zo zit een stimulator ongeveer ingeplant in je lichaam

Een neurostimulator is een hoog technisch toestel,dat bij pijnpatienten word ingeplant,ter hoogte van de schouders,bil of heup,net onder de huid.Het toestel stuurt lichte elektrische schokken door naar de hersenen via het ruggemerg en de zenuwen.Daardoor krijgen de hersenen eigenlijk een overdossis aan pijnsignalen te verwerken,het lichaam reageert daarop met minder natuurlijke pijnsignalen te sturen,de patient heeft daardoor het gevoel dat de pijn verminderd.Deze methode,geeft bij vele mensen een verbetering van de klachten tussen de 40 en 70%.Het moet gezegd dat niet alle pijnklachten op deze manier kunnen behandeld worden.

Terug naar boven

Copyright © RUGINFO-EN-PIJN © NIETS VAN DEZE WEBSITE MAG ZONDER TOELATING WORDEN OVERGENOMEN

MegaPromotie Top 100

web analytics