Cage en AxiALIF

Ventrale spondylodese met koolstof cage met bot-transplantatie

een implantatie van een discusprothese niet geschikt is wegens teveel kans op blijvende pijnklachten doordat de wervels al meer beschadigingen hebben opgelopen, of als het risico op blijvende zenuwwortel-irritatie te groot is, dan wordt een koolstofblokje (cage) geïmplanteerd, helmaal opgevuld met wat botsnippers uit de bekkenkam. De operatie-techniek en het litteken in de buik is dus vrijwel hetzelfde als bij de discusprothese-implantatie.

Er is wel een extra littekentje voor het halen van de botsnippers in de bekkenkam, daar waar gewoonlijk de broekriem op rust. Dat kan soms wel hinderlijk zijn. Uitwendig merkt men het verschil in de rug niet, maar inwendig moet er dan botingroei plaatsvinden. Het duurt dus langer voordat het operatie-effect bereikt is.Dit noemen we een ventrale spondylodese. De gang van zaken en de nabehandeling is vrijwel hetzelfde als bij de discusprothese, maar men moet wat langer een kunsstofcorset dragen, om de ingroei te bevorderen. De directe post-operatieve orders in het operatie-verslag zijn maatgevend. Tot nu toe is er bij onze patiënten sinds 1989 geen enkele verschuiving opgetreden. De overige kansen op andere complicaties zijn ongeveer hetzelfde als bij een discusprothese-operatie, omdat de toegangsweg via de buik dezelfde is. Meestal zijn na de spondylodese de beenklachten ook vrijwel verdwenen, maar als die toch blijven bestaan, dan kan het zinvol zijn om alsnog een zenuwwortel aan de achterkant via de rug te "bevrijden": dat noemen we een dorsal release. Hierbij gebeurt hetzelfde als bij een spinale stenose operatie.

Als de stabiliteit van het koostof-implantaat aan de voorzijde onvoldoende bleek te zijn, werd bij een tweede ingreep alsnog aan de rugzijde met bouten en plaatjes een extra versteviging aangebracht, een zogenaamde dorsale spondylodese met pedikel-schroeven. Sinds voorjaar 2002 is het echter vrijwel nooit meer nodig om nog een extra rug-operatie uit te voeren, we beschikken nu over de STALIF methode: Stand Alone Anterior Interbody Fusion. Daarbij is het mogelijk om het koolstof-implantaat, gevuld met botsnippers aan de boven- en onderliggende wervel vast te schroeven. Vertaald in het Nederlands: "op zichzelf staande wervelverstijving via de buikzijde.

Nieuwe technieken

Recent is het mogelijk geworden om, na het verwijderen van de tussenwervelschijf, een soort siliconen kunstdiscus in te brengen, zodat het segment beweeglijk blijft in plaats van aan elkaar vast te groeien. De techniek van het plaatsen van siliconenkussentjes wordt al veel langer toegepast. Daarbij worden vanuit de zijkant of de voorkant de kussentjes in de tussenwervelruimte ingebracht. Een groot nadeel is, dat het vrijwel onmogelijk is de opening te sluiten, zodat veel van deze kussentjes er door dezelfde opening weer uit schieten. De techniek is daarom min of meer verlaten.
Bij de PNR (Percutaneous Nucleus Replacement = vervanging van de kern via een kleine snee in de huid) die langs de transaxiale weg wordt ingebracht blijft de buitenste ring van de tussenwervelschijf intact omdat van onderen af alleen de kern wordt verwijderd. De techniek lijkt sterk op de Axialif, alleen is het instrumentarium wel wat anders. Na het verwijderen van de kern van de discus wordt een staaf met een samengevallen kunststof netje opgevoerd. De wervels kunnen dan nog iets uit elkaar geduwd worden (distractie) waarna met een siliconenspuit het netje wordt gevuld zodat dit zich ontplooit. Als de siliconenmassa gestold is kan het netje met inhoud letterlijk nergens meer heen.
Deze techniek is alleen zinvol bij patiënten bij wie de tussenwervelschijf niet is samengevallen en bij wie een discushoogte van tenminste 70% resteert. Voorlopig wordt de ingreep alleen in het kader van een studie met een streng protocol uitgevoerd.

schroef met siliconen en rx met schroef

Risico's

De operatie kent zeer weinig risico's. Zeker voor een zo nieuwe ingreep is het aantal complicaties zoals dat wereldwijd is opgetreden zeer laag te noemen.

Mogelijke complicaties zijn:

bloeding. Het is natuurlijk altijd mogelijk dat het uit een gescheurd bloedvaatje of uit het bot (vooral wanneer de schroef wat verzonken is) gaat bloeden. Dit is in de regel een onschuldige complicatie die geen specifieke behandeling behoeft. darmperforatie. Dit is natuurlijk een ernstige complicatie. Wereldwijd is dit op bijna 4000 operaties minder dan 20 keer opgetreden en in de meeste gevallen was het te wijten aan een onvoldoende technische beheersing van de operatie of ongunstige patiëntenselectie. Niettemin is het een reëel risico waar patiënten van op de hoogte dienen te zijn. infectie. Een risico dat voor iedere operatie geldt. Het risico is laag op grond van de grote afstand van het eigenlijke operatiegebied tot de buitenwereld en de afscherming daarvan. materiaalproblemen. Overal waar gewerkt wordt met implantaten kan er iets gebeuren als los gaan zitten, breken, verschuiven enz. Ook kan het doel van de operatie (vastgroeien) natuurlijk niet bereikt worden, iets wat met de andere technieken ook nu en dan voorkomt. Eventueel kan de wervel L5 iets over de schroef inzakken, maar dat hoeft geen klachten te geven. Over het algemeen zijn eventuele complicaties goed te behandelen. Als het echt moet kan de schroef weer verwijderd worden en daarnaast is het altijd nog mogelijk schroeven van achteren toe te voegen als de ene schroef onvoldoende


Terug naar boven

Copyright © RUGINFO-EN-PIJN © NIETS VAN DEZE WEBSITE MAG ZONDER TOELATING WORDEN OVERGENOMEN

Online op ruginfo