Bursitis trochanterica

Symptomen

Wanneer er sprake is van een bursitis trochanterica is er constante pijn aan de buitenkant van de heup aanwezig. Deze pijn kan lokaal of diffuus voorkomen. De pijn wordt erger door op de desbetreffende heup te liggen. Traplopen en van lig tot zit komen kan ook bemoeilijkt zijn door de pijn.

Anatomie

De bursa oftewel de slijmbeurs, is een met vloeistof gevuld buidel. Een bursa bevindt zich op plaatsen waar huid en spier over een uitstekend beenpunt moeten glijden. Rond de heup liggen 13 bursa’s.

Etiologie

Een ontsteking in de bursa (bursitis) kan komen door chronische microtrauma, artritis, verkeerd functioneren van omliggende spieren, overbelasting of een acute schade. Bij hardlopers komt meestal de bursitis trochanterica voor. De risicofactoren voor het krijgen van bursitis trochanterica kunnen verdeeld worden in intrinsieke en extrinsieke factoren

Intrinsieke factoren

Door het verkeerd functioneren van een aanhechting van de kleine bilspier en degeneratieve veranderingen in de rug kan een bursitis trochanterica eerder ontstaan. Ook het overmatig staan op de binnenkant van de voet, beenlengte verschil en/of het hebben van het “Iliotibiaal frictie syndroom” kan een negatieve beïnvloeding hebben. Bij hardlopers wordt nog wel eens gezien dat het been te ver naar binnen wordt gebracht tijdens het lopen.

Extrinsieke factoren

Er kunnen trainingsfouten aanwezig zijn. Ook het veel lopen op verharde ondergronden en het dragen van slecht dempende schoenen kunnen een risicofactor zijn.

Diagnostiek

Om tot de diagnose bursitis trochanterica te komen zijn er een aantal onderzoeksmiddelen beschikbaar. Allereerst zal door een vraaggesprek de sportfysiotherapeut de meeste informatie verkrijgen om een diagnose te stellen. Verder kan de bekende pijn worden uitgelokt door het been passief naar buiten te bewegen of door een buitenwaartse draaibeweging te maken.

Behandeling

De behandeling is gebaseerd op het verbeteren van de verstoorde balans tussen de spieren. Er zal een rustperiode worden ingelast. De spieren rondom de heup worden gerekt om vervolgens de spierkracht te verbeteren van vooral de spieren die een draaibeweging in het heupgewricht produceren.

Oorzaak

Een slijmbeurs is een zakje van slijmvlies waarin een film van vocht aanwezig is. Een slijmbeurs ligt op plaatsen tussen huid en pees waar veel wrijving aanwezig is van huid over bot zoals de strekzijde van elleboog en knie en ter hoogte van de trochanter major van de heup.

De trochanter major is de beenderige knobbel aan de zijkant van de heup die soms verkeerdelijk wordt aanzien als het heupgewricht. De trochanter is de apofyse van de gluteus mediuspees. De gluteus mediusspier is één van de belangrijkste spieren om te stappen. Grote pezen zoals de gluteusmediuspees hechten aan op een apofyse: dit is een beenderige knobbel die tijdens de groei een aparte botkern is verbonden met groeikraakbeen met het bot maar later volledig verbeent en één geheel vormt met het bot.

Een slijmbeursontsteking("bursitis") is een ontsteking van de slijmvlieswand soms met vochtvorming en zwelling van de slijmbeurs. De oorzaak is meestal niet duidelijk, soms kan dit door overbelasting(sporten, wandelen) of door een val op de zijkant van de heup.

Iliopsoas bursitis

De drie belangrijkste oorzaken van de ontsteking van de slijmbeurs ( bursitis) bij de aanhechting van de iliopsoas spier in de lies zijn reuma (rheumatoïde arthritis- RA) , artrose (osteoarthritis- OA) en overbelasting. De iliopsoas spier aanhechting bevindt zich op de kleine knobbel ( trochantor minor) van de heupkop. Aanspanning van deze spier geeft buiging en naar buiten draaiing van de heup. De slijmbeurs ligt tussen de iliopsoas spier en het gewrichtskapsel van de heup. De bursa ligt is gemiddeld 5-7 cm lang en 2-4 cm breed. Bij de onderliggende zieketebeelden als RA en OA is er vaak een verbinding tussen de slijmbeurs en de het gewricht. Hierdoor kan deze slijmbeurs veel vocht opnemen en zoveel ruimte innemen dat andere structuren in de lies worden gecomprimeerd. De slijmbeursontsteking treedt frequent op bij mensen met loopafwijkingen en bij vrouwen met overgewicht en een beginnende gewrichtsslijtage van de heup. De diagnose bij RA of OA kan gesteld worden door het samengaan van 3 verschijnselen ( triad van Melamed et al): 1) een voelbare massa in de lies, 2) tekenen van compressie op omliggende structuren en 3) met rðntgen aantoonbare heup artrose.

Diagnostiek:

Diverse oorzaken van liesklachten moet worden uitgesloten. Met röntgenonderzoek kunnen afwijkingen aan heup en symfyse worden uitgesloten. Artrografie kan worden gebruikt om en afwijkingen inn het gerwicht vast te stellen. Echografie, bursografie en fluoroscopie zijn specifieke diagnostische hulpmiddelen voor een bursitis en tendinitis. Tijdens echografie kan een naald worden ingebracht en lidocaïne in de bursa worden gespoten. Het verdwijnen van de pijn bevestigt de diagnose.

Therapie

Behalve injectie met lidocaine en/of corticosteroid zal de behandeling bestaan uit gedoseerde rust en een oefenprogramma met rekoefeningen, spierversterkende oefeningen. De spieren van het bovenbeen en de m. iliopsoas worden gerekt. Met name de rotatoren en abductoren van de heup moeten worden getraind. De studie van Johnston et al. toonde aan dat een specifiek oefenprogramma van 6 weken ,thuis uitgevoerd, de functie van de heup kan verbeteren en de pijn kan verminderen bij patienten met het iliopsoas syndroom.

Behandeling:

niet operatief:

De behandeling is altijd eerst niet –operatief. Relatieve rust en ijsapplicaties kunnen helpen. Via de kinesist kan men proberen om het peesblad (fascia lata) te stretchen. Een ophoging (zooltje van enkele millimeter) dragen in de schoen van het niet pijnlijke been. Tot slot zal men trachten om met een cortisone inspuiting de forse ontsteking in de slijmbeurs weg te krijgen. Men kan 3 à 4 inspuitingen geven. Vaak zal men een combinatie gebruiken van deze behandelingen.

operatief:

Bij onvoldoende resultaat van de niet-operatieve behandeling, kan men een operatieve ingreep voorstellen. Men zal de slijmbeurs verwijderen en ofwel een ruit uit het peesblad snijden of de pees verlengen om zo minder spanning op de slijmbeurs te krijgen. De operatie wordt onder algemene verdoving uitgevoerd. Na de ingreep mag men onmiddellijk steunen. De revalidatie duurt een 6-tal weken. De ingreep geeft een goed resultaat in 70 à 80% van de patiënten.

Mogelijke complicaties zoals infectie, wondprobleem, zenuwletsels enzv.... komen zelden voor.


Terug naar boven

Copyright © RUGINFO-EN-PIJN © NIETS VAN DEZE WEBSITE MAG ZONDER TOELATING WORDEN OVERGENOMEN

Online op ruginfo