Wat is Artrose

Slijtagereuma of artrose is een veel voorkomende gewrichtsaandoening die wordt gekenmerkt door verlies van gewrichtskraakbeen.

Dit veroorzaakt pijn bij gebruik en bij belasting van het gewricht.

Een op drie volwassenen lijdt aan een min of meer ernstige vorm van artrose. Vrouwen nemen hierbij de bovenhand. De frequentie en de ernst van de aandoening nemen toe met de leeftijd.

De klinische tekenen van artrose zijn afhankelijk van het gewricht of van de gewrichten die zijn aangetast.

Artrose heeft in principe geen weerslag op de algemene toestand van de patiënt. Maar in ernstige gevallen (vooral indien het een gewricht van de onderste ledematen betreft zoals heup of knie) kan het zijn bewegingsmogelijkheden sterk beperken. Pijn is het frequentste symptoom. Die wordt opgewekt door beweging, verergert bij toenemende belasting van het gewricht en verdwijnt bij rust. De intensiteit van de artrosepijn kan wisselen: meestal is ze dof en draaglijk, soms is ze heel hevig en met erg pijnlijke opstoten. Men voelt de pijn ter hoogte van het aangetaste gewricht, maar soms straalt de pijn ook uit volgens typische patronen. Zo wordt heuppijn waargenomen in de liesstreek, meestal met uitstraling naar de voorzijde van de dij en tot op knieniveau.

Na een rustperiode (bijvoorbeeld een korte middagrust) geven de eerste stappen een gevoel van stramheid (startstramheid) dat echter snel verdwijnt. De bewegingsbeperking verloopt heel sluipend en wordt meestal pas na een lange evolutie opgemerkt. Ze is het gevolg van wijzigingen in de structuur van het aangetaste gewricht, maar ook van veranderingen van de weke weefsels (gewrichtskapsel, ligamenten, spieren) rondom het gewricht. Tenslotte kan ook de vorm van het gewricht beginnen afwijken.

Artrose kan verspreid zijn over veel gewrichten o zich beperken tot één of slechts enkele gewrichten. Vooral gewrichten van de halswervelzuil of lendenzuil, de heupen, de knieën en de kleine vingergewrichtjes, zijn vaak het slachtoffer van artrose. Halswervelartrose is frequent verschijnsel dat vanaf een zekere leeftijd radiologisch merkbaar wordt bij het overgrote deel van de bevolking. De tussenwervelschijf wordt dunner en ook de werveldekplaten van de onder- en bovenliggende wervel ondergaan veranderingen. Het lichaam reageert hierop: het bot wordt harder en vertoont uitgroeiingen die men “papegaaiebekken” noemt (of osteofyten, een meer medische term). Halswervelartrose geeft meestal weinig klachten. Enkel in meer uitgesproken gevallen voelt men pijn aan de hals. Die is dan uitgelokt door vermoeidheid of door bepaalde bewegingen (bijvoorbeeld langdurig autorijden of lezen in bed). De pijn kan uitstralen naar het achterhoofd of naar de schouders. Ook bruuske bewegingen kunnen plotse pijn en een tijdelijke scheefhals uitlokken.

Lendenzuilartrose komt ook vaak voor. Daar zit de rechtopstaande houding van de mens voor veel tussen, want onze onderste ruggengraatwervels moeten een belangrijk deel van ons lichaamsgewicht dragen. Ook hier is de pijn grotendeels afhankelijk van de aard en de zwaarte van de rugbelasting. Bovendien speelt ook de houding van de rug en de ontwikkeling van de rug- en buikspieren een belangrijke rol. Als die spieren weinig ontwikkeld zijn, gaat de lendenzuil doorzakken (hyperlordose). Daardoor gaan dan bepaalde delen van het lendenskelet weer ongewoon zwaar belast worden. Het gevolg laat zich raden: artrosepijn.

Een “lumbago” is een acute opstoot van lendenpijn die ontstaat door een gedeeltelijke scheur in het weefsel van de tussenwervelschijf. Een ernstiger scheur kan leiden tot hernia en tot de inklemming van een lendenzenuw, ischias genoemd. De pijn is meestal zeer hevig, neemt nog toe bij hoesten of niezen en straalt uit naar het onderste lidmaat. De lokalisatie van de pijnuitstraling is afhankelijk van de ingeknelde zenuwwortel. Naast pijn kunnen ook gevoelsstoornissen of krachtvermindering optreden. Bij krachtvermindering is een medische behandeling erg dringend. Oudere mensen kunnen opvallend weinig pijn hebben, maar dat neemt niet weg dat het risico op zenuwbeschadiging reëel blijft.

Ook bij heupartrose is het meestal de pijn die de ziekte aan het licht brengt. De pijn wordt ervaren in de liesstreek, straalt dikwijls over naar de voorzijde van de dij en tot aan de knie. Minder frequent wordt heuppijn gelokaliseerd achteraan of langsheen de zijkant van de dij. Vooral langdurig staan of stappen lokt pijn uit, maar ook allerlei dagelijkse bewegingen (bestijgen van een trap, schoenen aantrekken) veroorzaken ongemak. Tijdens het stappen zal de patiënt vaak onwillekeurig de steunperiode op de pijnlijke heup inkorten, hetgeen een hinkende gang veroorzaakt.

Net zoals de heup, speelt ook het kniegewricht een grote rol bij steun name en voortbeweging. Artrose is ook ter hoogte van dit gewricht een frequente aandoening. In een vroeg stadium kan de ziekte zich uiten door een gevoel van snelle vermoeidheid bij staat of stappen. Naarmate de artrose evolueert, ontstaat een meer uitgesproken en typerende pijn. Stappen over een oneffen of hellen terrein is ongewoon lastig. De patiënt beschrijft bovendien ook vaak een gevoel van kraken ter hoogte van de aangetaste knie.

De hand en de pols zijn samengesteld uit een groot aantal kleine gewrichtjes. Het zijn vooral de kleine vingergewrichtjes die vatbaar zijn voor artrose. Niettegenstaande deze vorm van artrose weinig hinder teweeg brengt voor wat betreft de functie van de hand, gaat ze meestal toch gepaard met periodes van uitgesproken pijnklachten. Symptomen worden nogal eens uitgelokt door koude. Reeds in een beginstadium van de aandoening kunnen knobbelvormige verdikkingen verschijnen ter hoogte van de aangetaste gewrichten.

Artrose kan meestal worden vermoed op basis van het klachten patroon en de bevindingen die het klinisch onderzoek verschaft. De diagnose wordt bevestigd door een radiologisch onderzoek. De kwaliteitstoestand van het kraakbeen kan in sommige gewrichten (bijvoorbeeld de knie) ook door middel van een kijkoperatie worden geëvalueerd. Dit is een onderzoek waarbij een lens met oculair in het gewricht wordt ingebracht. Via een camera met scherm wordt een beeld verkregen dat een rechtstreekse weergave is van de toestand binnenin een gewricht.

Artrose ontstaat wanneer een onevenwicht optreedt tussen gewrichtsbelasting met kraakbeenschade enerzijds en kraakbeenherstel anderzijds. Een belangrijk en vooral vroegtijdig doel van de behandeling van artrose bestaat erin deze balans te herstellen. In een laattijdiger stadium zal vooral de pijnbestrijding en een eventuele chirurgische tussenkomst overwogen worden. Het is belangrijk een juist evenwicht te vinden tussen beweging en rust. Een gewricht is immers zo opgebouwd dat beweging en een zekere persdruk noodzakelijk zijn om het gewrichtskraakbeen behoorlijk te voeden. Overbelasting daarentegen is uit den boze.

Eenmaal een gewricht artrotisch wordt, blijft bewegen noodzakelijk, maar moet omzichtiger worden omgesprongen met belasting. Overbelasting wordt taboe. Ontlasting van een artrotisch gewricht kan op verschillende wijzen tot stand worden gebracht. Denk er eerst aan overtollig lichaamsgewicht kwijt te spelen, vooral als het gaat om dragende gewrichten (de rug, heupen of knieën). Bij de keuze van lichaamsbeweging verdient fietsen de voorkeur: het is een prima vorm van beweging en heupen of knieën krijgen geen lichaamslast te dragen. Ook zwemmen laat bewegen toe in relatief ontlaste toestand (in het water is het lichaamsgewicht immers sterk verminderd).

Bij het stappen kan, vooral in geval van heup- of knie-artrose, best gebruik worden gemaakt van een wandelstok. Die wordt aangewend aan de gezonde zijde en zorgt hierdoor voor een minderbelasting van de artrotische zijde tijdens de steunfaze. Indien de overbelasting van een gewricht veroorzaakt wordt door een foute houding, ligt het voor de hand dat in de behandeling hiermede rekening wordt gehouden en gestreefd naar een houdingscorrectie. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de hyperlordose van de lendenzuil, een houding waarbij het bekken te sterk gekanteld is en de lendenholte te zeer uitgesproken. Deze houding kan worden verbeterd indien een betere tonus van buik- en rugspieren tot stand komt.

Artrosepijn kan op verschillende wijzen worden verlicht. Fysische middelen zoals warmte kunnen een goed hulpmiddel vormen. Daarnaast kunnen ook medicaties worden aangewend: zuivere pijnstillers of middelen met eveneens een ontstekingsremmende werking. Indien de artrose te ver gevorderd is, kan overwogen worden om op chirurgische wijze een gewrichtsvervangende prothese te plaatsen. Heel wat ervaring is voorhanden voor heup- en knieprothesen. Ze bestaan beiden uit twee delen die met elkaar communiceren en daardoor een nieuw gewricht vormen. De levensduur van een kunst-gewricht is niet onbeperkt (gemiddeld zo’n 15 jaar). Vandaar dat het de voorkeur geniet om gewrichtsprothesen voor te behouden voor niet al te jonge patiënten.

Bron: FONDS VOOR WETENSCHAPPELIJK REUMAONDERZOEK


Terug naar boven

Copyright © RUGINFO-EN-PIJN © NIETS VAN DEZE WEBSITE MAG ZONDER TOELATING WORDEN OVERGENOMEN
Online op ruginfo