Stenose of vernauwing van het wervelkanaal



Lumbale kanaalstenose
Het is een vernauwing van het wervelkanaal onderin de rug, die klachten in de benen veroorzaakt. Rugklachten zijn – net als andere klachten van het ‘bewegingsapparaat’ – schering en inslag op het spreekuur. Werken in de tuin, te fanatiek sporten of een ongelukkige beweging zijn meestal de oorzaken. Als rugklachten ‘uitstralen’ naar een bil of been, kan er wel eens sprake zijn van een hernia. Bij een lichamelijk onderzoek kan een arts meestal wel zien of een zenuwbeknelling in de rug de klachten veroorzaakt. Heftige pijn bij het rekken van de zenuw maakt deze diagnose waarschijnlijk.



Gezond spinaal kanaal / Vernauwd spinaal kanaal

Heel anders is het met een lumbale kanaalstenose. Daarbij heeft de patiënt bij het lopen last van pijn en vermoeidheid in de benen, zodat hij of zij stil moet gaan staan. De pijn zit dus niet zozeer in de rug! Dit kan ook veroorzaakt worden door verstopte bloedvaten, maar als die goed ‘kloppen’, kan er sprake zijn van een vernauwing van het wervelkanaal waardoor er druk op het ruggenmerg ontstaat. Door ouder worden, botuitsteeksels, wervelinzakkingen en verschuiven van de wervels kan er een te nauw kanaal ontstaan. De afstand die men lopend kan afleggen, wordt steeds korter. Deze aandoening wordt meestal behandeld door middel van oefentherapie en soms met injecties waarvoor de patiënt moet langskomen op de pijnpoli. Als de klachten ernstig zijn, kan een operatie waarbij het wervelkanaal wijder gemaakt wordt, een enorme verlichting van de klachten geven. In het algemeen is men terughoudend met het opereren aan een rughernia en ook bij lumbale kanaalstenose wordt niet zomaar ‘het mes getrokken’. Maar door goed te luisteren naar de patiënt en gericht onderzoek te doen, is het mogelijk om vast te stellen wie er baat heeft bij een operatie.

Hoe kom ik eraan?
Spinale stenose kan verschillende oorzaken hebben zoals een aangeboren vernauwing of groeistoornis, letsel aan de wervelkolom (bijvoorbeeld een afgebroken of verschoven wervel) of overdreven littekenvorming na een operatie. Maar ook een degeneratieve aandoening zoals artrose kan aan de basis liggen van spinale stenose. In de praktijk wordt spinale stenose het vaakst vastgesteld bij actieve 50-plussers. In dat geval gaat het meestal om degeneratieve spinale stenose, een aandoening die het gevolg is van het natuurlijke verouderingsproces. In normale omstandigheden is het wervelkanaal wijd en driehoekig in doorsnee. Met de jaren worden ligamenten en gewrichten tussen de wervels dikker en stugger en neemt de diameter van het wervelkanaal af. Hoewel de meesten aanvankelijk weinig last ondervinden van spinale stenose, nemen de klachten geleidelijk aan toe. Op lange termijn nemen de klachten vaak in die mate toe dat een operatie noodzakelijk is. Voor het zo ver is, zijn er gelukkig nog andere middelen die je leed verzachten. Naast medicatie, is een rug- of nekbrace een effectieve oplossing.


Ingreep uitstellen
Klachten bij spinale stenose steken maar langzaam te kop op. Een operatieve ingreep kan daardoor lang worden uitgesteld In tussentijd wordt spinale stenose vaak behandeld op dezelfde manier als een hernia. Dat betekent dus dat je in eerste instantie klachten verzacht door verstandig te bewegen en gedoseerd te rusten. Bij hevige pijn, zijn pijnstillers aangewezen om het ongemak te beperken.Je kan het herstelproces versnellen door bijkomend een brace te dragen. Een rug- of nekbrace biedt niet alleen stabiliteit, maar geeft je ook bewegingsondersteuning waardoor je actief kan blijven en klachten beduidend kan verminderen. Hoewel een operatie bij spinale stenose op lange termijn vaak onvermijdelijk is en het resultaat van operatieve ingrepen doorgaans optimistisch stemmen, kunnen er toch grote verschillen zijn tussen patiënten. Daarom wordt een operatieve ingreep zo lang mogelijk uitgesteld.Het dragen van een aangepaste rug- of nekbrace betekent voor veel mensen met spinale stenose een beduidende vermindering van klachten. Met de Mediroyal en Disc Disease Solutions-braces ben je niet langer aan huis gekluisterd en kan je comfortabel blijven bewegen.
Operatie
Niet iedere lumbale kanaalstenose hoeft te worden geopereerd. In het begin van de aandoening, als er nog weinig klachten zijn, is een operatie bijvoorbeeld vaak niet nodig. Als de klachten echter aanzienlijk zijn, is een operatie de enige manier om de patiënt van de klachten af te helpen die zijn leven veronaangenamen.

Een benige decompressie is een operatie waarbij de chirurg de botwoekeringen weghaalt. Hierdoor verminderen voornamelijk de pijnklachten in de benen. Nadat u volledig verdoofd bent, wordt u op uw buik gelegd en maakt de orthopedisch chirurg een snede in het midden van de onderrug. De rugspieren worden afgeschoven van de wervels en zo worden de doornuitsteeksels en wervelboog vrijgelegd. Vervolgens verwijdert de orthopedisch chirurg de botwoekeringen, verdikt geel ligament en een deel van de wervelboog. Hierdoor komen het ruggenmerg en de beknelde zenuw weer vrij te liggen. Tot slot wordt de wond gehecht. Advies voor de eerste zes weken na de operatie Het is aan te raden activiteiten als wandelen en fietsen geleidelijk op te voeren ter verbetering van uw conditie. Elke dag twee wandelingen maken, elke dag iets verder. Wanneer u een kwartier kunt wandelen zonder veel hinder mag u beginnen met fietsen op een normale fiets. Ook zwemmen is aan te raden, maar pas nadat de hechtingen verwijderd zijn. Het is verboden om staand of zittend een last zwaarder dan 5 kg te tillen. Het dragen en duwen van zware objecten (boodschappen doen, uitoefenen van hobby's) moet worden vermeden, dat geldt ook voor het trekken van zware objecten. Lang en/of onderuitgezakt zitten is zeer belastend voor de rug en moet dus worden vermeden. Wissel rust en beweging met elkaar af. Het is aan te raden, zeker in het begin, minimaal twee keer per dag een half uur te rusten. U mag zowel op de rug, op de zij als op de buik slapen. Tijdelijk kan vitamine B12 worden ingenomen om een sneller herstel van de zenuwen te bereiken.

Risico's
De risico’s van de operatie zijn klein maar niet nul. De meest bekende risico’s zijn een wondinfectie of een nabloeding in het operatiegebied. Er wordt geopereerd in de buurt van zenuwweefsel dat bij de operatie beschadigd kan raken. Dit kan uitvalsverschijnselen of gevoelsstoornissen in één of beide benen veroorzaken. Meestal is dit tijdelijk, maar in sommige gevallen ook blijvend van aard. Tenslotte kan de durale zak, het vlies waarin de zenuwen van de onderrug zitten, tijdens de operatie lek raken. Het vocht dat hieruit lekt staat in verbinding met het hoofd. Om hoofdpijnklachten te vermijden en het lek de kans te geven te herstellen, wordt bij deze complicatie meestal 24 uur platte bedrust voorgeschreven. De opnameduur wordt hierdoor iets verlengd.

Terug naar boven

Copyright © RUGINFO-EN-PIJN © NIETS VAN DEZE WEBSITE MAG ZONDER TOELATING WORDEN OVERGENOMEN

web analytics