Soorten epidurale infiltraties:

cervicaal (hals)

thoracaal (bovenrug)

lumbaal (onderrug)

caudaal (langs het staartbeen)

De epidurale ruimte is geen holle ruimte, maar gevuld met vetweefsel, bindweefsel, bloedvaten en zenuwen. Zie plaatje onder.

Epidurale infiltratie

Een epidurale infiltratie is een inspuiting van cortisone in de epidurale ruimte. Dit is de ruimte rond het ruggenmerg en de zenuwen die uit de wervelkolom komen.

De epidurale infiltratie vermindert de ontsteking en de zwelling van de zenuwen in de epidurale ruimte. Daardoor verminderen de pijn en de tintelingen die veroorzaakt werden door ontsteking, irritatie en zwelling van de zenuw.

De procedure is over het algemeen veilig. Aan elke behandeling zijn risico’s en nevenwerkingen verbonden en bestaat er een mogelijkheid op complicaties. De meest voorkomende bijwerking is pijn, maar deze is slechts tijdelijk en verdwijnt na enkele dagen. Andere risico’s houden verband met de nevenwerkingen van cortisone: blozen, zweten, hartkloppingen, kloppende hoofdpijn en verhoging van de suikerspiegel (bij diabetici).

Complicaties komen bijna nooit voor. Een enkele keer wordt er een bloedvaatje geraakt, waardoor een bloeding ontstaat. Dit is ongevaarlijk als u geen bloedverdunners inneemt of deze tijdig stopt. Heel uitzonderlijk kan een hersenvliesontsteking voorkomen doordat de naald in aanraking komt met bacteriën in het lichaam. Een hersenvliesontsteking is met antibiotica goed te genezen.

De meest voorkomende complicatie is een lekkage van hersenvocht. Normaal gezien merkt uw behandelende arts dit op tijdens de behandeling. De therapie is extra vochtiname, bij voorkeur cafeïnehoudende dranken zoals cola en koffie. Indien er toch blijvende hoofdpijn blijft bestaan bij het rechtop komen, neemt u best contact op met de pijnkliniek.

Belangrijke Opmerkingen,
betreffend Medicatiegebruik Indien U één van volgende geneesmiddelen gebruikt, dient U deze op voorhand te stoppen zoals hieronder aangewezen. Best is uw Huisarts te raadplegen om alternatieve medicatie voor te schrijven zo nodig.

6 dagen op voorhand te stoppen:
Salicylaten: Aspirine, Aspro, Dispril, Asaflow, Acenterine, Cardioaspirine, Aspegic, Cardegic Anticoagulantia : Sintrom

8 dagen op voorhand te stoppen:
Anti-aggregantia: oa: Plavix Anti- coagulantia: oa: Marcoumar, Marevan, Notabene: Heparines (fragmin, clexane, fraxiparine) welke als vervangmiddel van langwerkende antitrombotica dienen, mogen ten laatste de ochtend van de dag vóór de ruggenprik toegediend worden.


Terug naar boven

Copyright © RUGINFO-EN-PIJN © NIETS VAN DEZE WEBSITE MAG ZONDER TOELATING WORDEN OVERGENOMEN
Online op ruginfo